"Konijn is de mist in gegaan."
"Ik zing een liedje terwijl ik klim."
"Altijd als 'ie op is, is 'ie leeg."
Zomaar wat uitspraken die over de eettafel heen en weer vliegen. Uitspraken die, voor een buitenstaander, geen of nauwelijks mening hebben. Maar voor mijn familie wel.
Ik was afgelopen zondag bij m'n ouders. Gezellig, mee-eten. ("Komt 'ie mee-eten? Afruimen!") M'n ouders en m'n broertje waren er ook: met z'n vieren. Lang niet de zes die er een aantal jaren geleden zaten voordat de helft op kamers ging, maar toch, altijd leuk.
De eettafel is *het* moment voor cliché's. Ze vallen ook vaak op andere tijden, maar er gaat niets boven het eetmoment samen, om lekker te praten. En als we dan met z'n allen aan het praten zijn, reageert de een op de ander, en voor je het weet is er weer een cliché uitgekomen.
Maar zijn cliché's niet flauwe, voorspelbare grappen uit de theater of filmwereld? Zoals een taart gooien in een stomme film een cliché is? Dat klopt. Maar onze familie heeft z'n eigen cliché's. Andere mensen die als buitenstaander binnen komen snappen er niets van. Maar wij lachen ons, na al die jaren, nog steeds rot.
Veel van deze persoonlijke familiecliché's komen uit 'Winnie de Poeh' ("Kortweg Poeh, soms Poehbeer"). Járen geleden hebben we de eerste vier 'afleveringen' van Winnie de Poeh opgenomen toen ze werden uitgezonden. Dit waren de afleveringen van Poeh met nog de oude, soms zware stemmen: niet die vernieuwde hoge kindstemmetjes die ze nu hebben. De humor die er toen in zat was tijdloos. Winnie de Poeh die bij Konijn komt eten, en dat hoort Konijn... dus die gaat afruimen. En voila, een cliché is geboren... vooral omdat we dit keer op keer op keer hebben gezien. Het zit geprint in het collectieve familiegeheugen. En het zal er ook nooit meer uit gaan...
Natuurlijk zijn niet al onze cliché's van Winnie de Poeh. Ook Bert en Ernie met hun kerst'grammafoonplaat' komen er bij kijken. ("Jij gaat beginnen. Nee, ik begin wel.") En natuurlijk zijn uitspraken die we zelf gedaan hebben toen we jong waren, verheven tot familie-cliché status. ("Het varken ging leuk doen" en natuurlijk "Ik wil héééét!")
Maar waarom in vredesnaam reageert een volwassen familie zoals de onze nu nog steeds met stukjes tekst die we jaren geleden ergens hebben gehoord, en die ons zijn bijgebleven? Waarom herhalen we nog steeds Poeh's altijd sterke "Waar is de honing, daar is de honing" (en dan natuurlijk 'honing' vervangen voor hetgene dat we zoeken) als we iets kwijt zijn? En waarom, als we iets van iemand willen, zeggen we nog steeds "Je moet 'm lokken met een wortel"?
Tja, misschien heeft het te maken met onze behoefte om voorspelbaar te zijn. En dat lukt aardig... binnen ons gezin. Maar zoals gezegd, deze uitspraken zijn ondoorgrondbaar voor buitenstaanders. Menig gasten kijken elkaar verbaasd aan als we weer aankomen met de chipsschaal en zeggen "misschien kan je jezelf een beetje helpen". Tja... en zo zijn we dus weer onvoorspelbaar geworden. Mooi toch?
Voor degenen die helemaal niets snappen van wat er nu hier in dit blog geschreven is... geen zorgen. Kijk veel naar de oude Winnie de Poeh, of nog beter, ga veel met ons om, en dan snap je 't. "Allemaaaaaal!"
(of niet, natuurlijk...)
Monday, 9 February 2009
Subscribe to:
Post Comments (Atom)
No comments:
Post a Comment